|
Huurdersvereniging
Over-Betuwe
Leefbaarheid
Gemeenten vrezen
verpaupering na verkoop huurhuizen
(Novum) - Gemeenten vrezen voor de verpaupering van
woonwijken als woningcorporaties worden verplicht
driekwart van hun huizenbestand te verkopen. Dat
bevestigt een woordvoerder van de Vereniging van
Nederlandse Gemeenten (VNG) donderdag na
berichtgeving hierover in het Nederlands Dagblad.
Het kabinet maakte de plannen over de verkoop van
sociale woningen eind december bekend.
Door de verkoop van huurwoningen worden problemen in
wijken moeilijker beheersbaar voor corporaties,
menen de gemeenten. Gemeenten en corporaties pakken
deze problemen nu vaak gezamenlijk aan. Dat wordt
bemoeilijkt als ook particuliere woningbezitters bij
de wijkenaanpak betrokken moeten worden. Ook het
plegen van groot onderhoud wordt daardoor lastiger.
VNG is niet blij dat het kabinet de gemeenten niet
betrokken heeft bij het ontwerp van het
wetsvoorstel, dat nu bij de Raad van State ligt.
"Gemeenten moeten kunnen meepraten over welke
woningen te koop kunnen worden gezet", licht een
woordvoerder toe. "Maar we vrezen dat dat niet
geregeld is in het wetsvoorstel. We moeten de inhoud
maar afwachten."
Vooral in achterstandswijken kunnen de plannen van
het kabinet tot grote problemen leiden, vreest VNG.
Die angst wordt gedeeld door de huurdersvereniging
Woonbond en de woningcorporaties zelf.
Belangrijke informatie klik op:
www.1meikomitee.net
Informatie gemeente
Overbetuwe
Beter een
goede buur…
“Voorkómen is beter dan genezen.” Een oude wijsheid
die, ook op het gebied van de psychische gezondheid,
niet altijd eenvoudig waar te maken is. Deskundige
ondersteuning is daarbij belangrijk en zinvol. Deze
is echter niet altijd even makkelijk te bereiken.
Juist dat willen GGZ Nijmegen en de Gelderse Roos nú
in Elst veranderen - door “als goede buur”, dus bij
u in de buurt, preventieve zorg aan te bieden.
Vanaf maart bieden we in Cultureel Centrum De Wieken
(Prinses Irenestraat 49, Elst) wekelijks diverse
cursussen aan. Dit onder de naam Indigo. Zo kunt u
bijvoorbeeld tot de zomervakantie deelnemen aan:
“Communicatie en assertiviteit”, “Piekeren en
ontspanning”, “Help ik wil slapen!” en “Voluit
leven”.
Kijk voor meer informatie op www.indigo.nl,
www.ggznijmegen.nl of bel 026-3124334 / 024-383787.
Informatie over de AED's

gemeente Overbetuwe
Stichting Kloppend Hart voor Lingewaard en
Overbetuwe
De gemeente Overbetuwe is een
samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de Stichting
Kloppend Hart voor Lingewaard en Overbetuwe
betreffende plaatsing van AED's (Automatische
Externe Defibrillatoren). Hierdoor hoopt de gemeente
de overlevingskans van mensen met een hartstilstand
te vergroten. Dit houdt in dat er moet worden
gezorgd dat er zoveel mogelijk AED's in de gemeente
Overbetuwe aanwezig zijn en per geplaatste AED 12
vrijwilligers voor hartreanimatie en denfibrillatie
opgeleid worden. De opgeleide vrijwilligers
kunnen zich dan aanmelden voor het AED Alert. Mensen
die reeds in het bezit zijn van een
bedieningscertificaat voor een AED en reanimeren,
kunnen zich aanmelden voor het AED alert via de
website:
www.aed-alert.nl
Hoe werkt
het AED Alert?
Wanneer 112 gebeld is worden vanuit de meldkamer
opgeleide vrijwilligers gealarmeerd. Op het moment
dat er een melding bij de meldkamer binnenkomt,
zorgt het systeem ervoor dat mensen die kunnen
reanimeren en/of defibrilleren en het dichts bij het
slachtoffer of defibrillator zijn, een SMS bericht
ontvangen op hun mobiele telefoon. De locatie waar
het slachtoffer of defibrillator zich bevindt wordt
vermeld, met de boodschap daarheen te gaan. Wanneer
er nog geen brandweer of ambulance aanwezig is
kunnen de opgeleide vrijwilligers direct starten met
reanimeren en, zo nodig defibrilleren.
De gemeente is..... op zoek naar vrijwilligers.
Binnenkort wordt er in de wijk Elst-Zuid een aantal
AED's opgehangen en wel bij de bibliotheek aan het
Europaplein, Bij de sporthal de Kruisakkers en in de
buurt van de Jasappel in de appelbuurt. Er worden
voor die defibrillatoren nog vrijwilligers gezocht
die willen worden opgeleid voor de bediening daarvan
en reanimatie. Ook met mensen die reeds zijn
opgeleid en in die omgeving wonen wil de gemeente
graag in contact komen. Heeft u een certificaat van
de Nederlandse Reanimatieraad of wilt u opgeleid
worden? meld u aan als vrijwilliger. Dit kan o.a.
via de mail van de stichting Kloppend Hart voor
Lingewaard en Overbetuwe:
info@kloppendhartvooroverbetuwe.nl
De opleidingen worden door de
plaatselijke EHBO vereniging verzorgd.
Huurdersvereniging Over-Betuwe ondersteund deze
levensreddende actie
‘WMO-geld niet naar lantaarnpaal’
Staatssecretaris Bussemaker suggereert ten onrechte
dat gemeenten WMO-geld gebruiken voor andere zaken
zoals lantaarnpalen en parkeerplaatsen, stelt de
VNG. Het gaat om de besteding van tientallen
miljoenen euro’s die de gemeenten krijgen om de
gevolgen van de bezuinigingen op de AWBZ op te
vangen door te investeren in welzijnsvoorzieningen.
Volgens de VNG is er geen onderbouwing voor de vrees
dat gemeenten dit geld voor andere doelen zouden
gebruiken en staan ze juist klaar om de gevolgen van
de AWBZ-bezuiniging op te vangen.
Vorige week zei Bussemaker op een WMO-congres in
Amsterdam dat gemeenten beter moeten samenwerken met
welzijnsinstellingen. Ook noemde ze het onacceptabel
dat gemeenten een deel van het WMO-geld voor andere
doelen gebruiken.
VNG, VWS
Bron FNV 29 september 2009
Goed wonen in
Overbetuwe: 16 september Woonforum
--------------------------------------------------------------------------------
Op woensdagavond 16 september 2009 presenteert de
gemeente in ‘Het Wapen van Valburg’ het concept van
de nieuwe woonvisie Overbetuwe 2010 – 2015.
U bent van harte welkom! Inloop 19.00 uur - Aanvang
19.30 uur.
Het is goed wonen in Overbetuwe!
Om de kwaliteit van de woon- en leefomgeving te
behouden en waar mogelijk te versterken heeft het
gemeentebestuur een nieuwe (concept) woonvisie
opgesteld voor de periode 2010-2015. Als u benieuwd
bent naar de nieuwe woonvisie, kom dan naar het
woonforum op 16 september in het Wapen van Valburg.
De avond biedt voor u een uitgelezen mogelijkheid
voor reactie en debat.
Voorbereiding
In het voorjaar van 2009 heeft de gemeente deze
woonvisie voorbereid, in nauw overleg met
woningbouwcorporaties, ontwikkelaars,
huurdersverenigingen, makelaars, (mede)overheden,
zorgaanbieders en ook de dorpsraden en
wijkplatforms. Besproken is hoe we woonwensen
inventariseren en hoe we kunnen samenwerken bij het
waarmaken van die woonwensen.
Woonwensen
De woonvisie beschrijft de gemeentelijke ambities op
het terrein van wonen voor de komende 5 tot 10 jaar.
In deze visie staan woonwensen van niet alleen de
huidige inwoners maar ook van de toekomstige
inwoners De woonvisie gaat ook in op de prijs van
woningen en de kwaliteit die daartegenover moet
staan.
De gemeente bouwt zelf geen woningen. Daarom geeft
de woonvisie ook aan met welke partners Overbetuwe
daarbij wil samen werken. Ook de kaders die in mei
door de gemeenteraad zijn vastgesteld, zijn
meegenomen.
Leefbaarheid
De woonvisie gaat niet specifiek over uw woning of
over uw straat. De woonvisie doet wel uitspraken
over wonen en woningen in Overbetuwe. Zoals, welke
woningen moeten er de komende tijd moeten worden
gebouwd, waar en voor wie?
Het gaat dus wel over het toekomstig wonen in
Overbetuwe en daarmee ook over de leefbaarheid in
het dorp waar u in Overbetuwe woont.
Wat vindt u ervan?
Op 16 september zijn de hiervoor genoemde
organisaties opnieuw uitgenodigd. Graag willen we
samen met hen en met u als inwoner van de gemeente
nagaan of we in het concept de noodzakelijke
bouwstenen hebben verwerkt voor de juiste koers en
keuzes in Overbetuwe
De zaal krijgt ruime gelegenheid om te reageren. Wij
verwerken vervolgens uw reactie in het concept
waarover de gemeenteraad zich dit najaar uitspreekt.
U bent van harte welkom op 16 september vanaf 19.00
uur (inloop, aanvang 19.30 uur) in het Wapen van
Valburg in Valburg. We zijn benieuwd wat u ervan
vindt.
Aanmelding
Onder het kopje Wonen en leven (in het hoofdmenu,
links) vindt u de woonvisie. Hier kunt u zich
aanmelden voor het Woonforum.
Geplaatst: 5 februari 2009
Armoede
Meer huisuitzettingen dit jaar en een explosieve
groei van voedselbankbezoekers. Met de naderende
recessie zal armoede alleen maar vaker op de agenda
komen te staan. Zo hebben de 27 grote steden
inmiddels maatregelen ontwikkeld om de armoede
verder te bestrijden. Er wordt gewerkt aan een
wettelijke regeling waarin een grotere
verantwoordelijkheid geregeld wordt voor
woningcorporaties, zorgverzekeraars en
gerechtsdeurwaarders.

De Betuwe Toren in Elst??
Iets te hoog gegrepen misschien maar het gaat om het idee
voorlopig is er dan geen kostbare grond van onze
mooie Betuwe nodig zo sprak Henk ten Westenend op
het Woonforum van Overbetuwe.
gebiedsontwikkeling
Gebiedsontwikkeling heeft in zeer korte tijd een
plaats veroverd in agenda’s van bestuurders,
directeuren, projectleiders en burgers.
Vrijwel niemand twijfelt aan de essentie ervan: de
praktijk van gebieden centraal stellen en uitgaan
van de daar geldende urgenties, belangen en kansen.
Na een eeuw van kwantiteit krijgen op deze manier
identiteit en kwaliteit een nieuwe impuls. Wie kan
daar tegen zijn? Meer over het programma
Gebiedsontwikkeling...
Laatste nieuws:
Lokaal handvest voor huurders vergroot draagvlak
niet
3 december 2008
Christen Unie en PvdA willen huurders meer rechten
geven bij sloop of renovatie van hun eigen buurt.
Deze afspraken tussen huurders en verhuurders komen
in een lokaal handvest te staan. Het handvest
vergroot het draagvlak en de betrokkenheid van de
buurtbewoners, menen PvdA en CU. "Een nobel streven,
maar tot meer draagvlak en betrokkenheid zal het
niet leiden", meent Walter Vroom,
Nirov-projectleider Gebiedsontwikkeling. Lees
meer...
Gebiedsontwikkeling: vaardigheden belangrijker dan
kennis
27 november 2008
Bij de partijen die betrokken zijn bij
gebiedsontwikkeling leven nog behoorlijk wat
misverstanden over 'de ander'. Bijvoorbeeld een
bestuurder die denkt dat een marktpartij wel even de
onrendabele top van een investering zal betalen. "Om
een gebiedsontwikkeling succesvol te realiseren, is
het essentieel om deze misvattingen over hoe dingen
bij de andere partij werken uit de wereld te
helpen", meent Peter van Rooy, wetenschappelijk
directeur De Praktijkacademie. Lees meer...
Nieuwe Brochure Maatwerkproducten
Gebiedsontwikkeling
22 oktober 2008
Het Nirov ondersteunt private, publieke en
particuliere partijen om kennis en competenties te
ontwikkelen en verspreiden. Dat doen we met een
breed aanbod aan open trainingen en cursussen, maar
ook met behulp van verschillende maatwerkproducten.
In de nieuwe brochure vindt u de producten waarmee
we de praktijk de afgelopen jaren bediend hebben.
De
exacte inhoud stellen we graag met u samen.
'Bewoners zijn lastig en vertragen het proces
eindeloos met procedures die niets toevoegen.' Mooi
niet dus! De kennis en ervaring van bewoners is
juist van grote waarde voor een goede
gebiedsontwikkeling. Daarom is het essentieel om
bewoners zo vroeg mogelijk en zo goed mogelijk bij
het proces te betrekken. Op deze studiedag leert u
op een inspirerende manier hoe u samen met de
bewoners gebiedsontwikkeling tot een succes kunt
maken.
Bewoners belangrijk
Bewoners, ondernemers en hun organisaties wonen
en/of werken vaak al heel lang in een wijk of
gebied. Als geen ander weten ze waar de kansen en
bedreigingen in een gebied liggen. Zij worden immers
dagelijks geconfronteerd met hun woon- of
werkomgeving en de mate waarin deze aansluit bij hun
behoeften. De continuïteit bij bewoners is vaak veel
groter dan bij professionals die zich met de wijk of
het gebied bezighouden en hun kennis is veel waard
bij gebiedsontwikkeling.
Kwaliteit en belevingswaarde
Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk punt in
vakdiscussies. Helaas wordt kwaliteit daarin meestal
gedefinieerd als een smal, vastliggend begrip van
wat professionals ‘mooi’ en ‘lelijk’ vinden. De
beleving van de bewoners speelt hierbij geen grote
rol. Terwijl het juist van groot belang is dat
bewoners zich thuis (blijven) voelen in hun wijk. Zo
creëer je betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Die
belevingswaarde is niet alleen gebaseerd op de
inhoud, maar ook op het proces. Hoeveel hebben
bewoners van zichzelf in het plan kunnen leggen, en
is hun inbreng op waarde geschat? Kunnen ze trots
zijn op hun gebied?
Nieuwe werkwijze
Hoe betrek je bewoners bij het proces van
gebiedsontwikkeling? Hoe zorg je voor snelheid,
kwaliteit en tevredenheid door en voor de bewoners
en andere gebruikers van een gebied? Tijdens deze
studiedag krijgt u hier handvatten voor. U leert hoe
u de kennis en belangen van bewoners en ondernemers
kunt verzamelen en deze vervolgens om kunt zetten in
daden die kwaliteit opleveren voor het gebied. Dat
is dus veel meer dan alleen het creëren van
draagvlak. De afgelopen jaren werd communicatie
immers vooral ingezet om de plannen door de
kronkelende paden van inspraak en bezwaar te
manoeuvreren. Deze nieuwe werkwijze gaat veel verder
en benut daadwerkelijk de kennis en belangen van
bewoners.
Experiment alleenstaande ouders van start
13 januari 2009
Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid gaat werken in deeltijd voor
alleenstaande ouders financieel aantrekkelijker
maken. Per 1 januari is gestart met experimenten bij
27 gemeenten.
Alleenstaande ouders die vanuit een uitkering in
deeltijd gaan werken ontvangen een financieel
extraatje van maximaal 120 euro per maand. Ook
alleenstaande ouders die nu 12 uur werken en dit
uitbreiden naar minimaal 20 uur ontvangen een
extraatje. Dit extraatje moet de alleenstaande ouder
met kleine baantjes stimuleren om meer te gaan
werken en meer alleenstaande ouders die langs de
kant staan aan een baan helpen. Alleenstaande ouders
die na 6 maanden nog uit de bijstand zijn, krijgen
bovendien een financiële beloning van minimaal 500
euro.
Het experiment is geslaagd wanneer in de gemeenten
waar het experiment loopt, meer alleenstaande ouders
(meer uren) gaan werken én meer alleenstaande ouders
uitstromen uit de bijstand dan in gemeenten die niet
meedoen aan het experiment. Voor de mensen die nu
kleine baantjes hebben wordt ernaar gestreefd dat 25
procent daarvan dat uitbreiden naar 20 uur of meer.
In de deelnemende gemeenten zijn er 16.000
alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering. Het
experiment bij gemeenten loopt tot en met 30 juni
2011. Daarna bekijkt de staatssecretaris of het
experiment succesvol is en bredere navolging
verdient. Met het experiment is 7 miljoen euro
gemoeid.
bron: FNV
Geplaatst op:1
november '07
Woonomgevingsploegen: daar knapt uw straat van op!
Een schone straat met nette tuinen. Dat wil iedereen
wel. Als bewoners plannen hebben om hun straat
mooier te maken, helpt Vivare met
woonomgevingsploegen. Dat is een team dat bewoners
helpt de woonomgeving schoon, heel en veilig te
maken, iets dat Vivare ook heel belangrijk vindt. De
hulp bestaat uit bijvoorbeeld onkruid verwijderen,
vegen, een extra likje verf, het opknappen van een
speeltuintje, snoeien van struiken of achterpaden
aanpakken: kortom hulp bij het opknappen van uw
straat. Wilt u uw straat opknappen en daarbij hulp
van Vivare?
Laat het Vivare dan weten!
Vivare weet dat bewoners het belangrijk vinden dat
hun woonomgeving er netjes bij ligt. Schone straten,
nette tuinen.
Een nette buurt is beter leefbaar. Vivare helpt op
een hele concrete en zichtbare manier bij het
vergroten van de leefbaarheid. De
woonomgevingsploegen bestaan uit aanpakkers die
actieve bewoners ondersteunen bij het werken aan de
buurt. De inzet van zo’n ploeg kunt u aanvragen bij
Vivare.
In de wijk Emmerik in Westervoort, waar Vivare ook
woningen heeft, is de ploeg, samen met de gemeente,
een hoveniersbedrijf en bewoners al aan de gang
geweest. Er werd zwerfvuil opgeruimd, tuintjes
opgeknapt, het speeltuintje aangepakt… kortom de
buurt werd weer mooi gemaakt.
Dat kan ook in uw buurt, als Vivare daar woningen
heeft. In Elst werkt de gemeente Overbetuwe daarbij
enthousiast mee vanuit het programma ‘Overbetuwe
schoon’. Ook het Leerdorp Elst van het Westeraam
doet mee aan dit initiatief.
Wilt u ook samen met de woonomgevingploeg uw straat
opknappen? Vertel dit aan Vivare. Samen met u
bekijken we dan wat mogelijk is. Het aanbod geldt
voor buurten met (vooral) woningen van Vivare. Uw
idee kan naar Vivare,
Europaplein 14, 6662 DD Elst, tel. 0481 - 36 75 50
of mail naar
elst@vivare.nl.
Laten we samen aan de slag gaan!
Vivare’s
Aanpakcentrale wint MVO Award
Geplaatst op: 25 september 2007
Vivare heeft met
de Aanpakcentrale de MVO Award gewonnen, een prijs
voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).
Eric Angenent, directeurbestuurder van Vivare,
kreeg de MVO Award op 20 september 2007 uitgereikt
tijdens het Nationaal Symposium Woningcorporaties.
De prijs bestaat uit een oorkonde en een cheque van
duizend euro. Dat geld gaat naar een project van de
Aanpakcentrale.
De Aanpakcentrale
biedt hulp aan organisaties die zich inzetten voor
jongeren. Vivare helpt deze organisaties om goede
projecten van idee naar werkelijkheid te brengen,
maar neemt het project niet over. Een van de
projecten is de W-deal, waarin organisaties met
jongeren een deal sluiten: een woning in ruil voor
werken of opleiding én begeleiding. Wie zich niet
aan de deal houdt, raakt het dak boven zijn hoofd
kwijt.
De MVO Award is de
uitkomst van een onderzoek naar maatschappelijk
verantwoord ondernemen. In het onderzoek zijn
twintig maatschappelijke projecten van
woningcorporaties vergeleken. De projecten zijn
beoordeeld op aspecten als bedrijfsmatigheid,
leefbaarheid, zorg voor wonen, veiligheid, milieu en
oprechtheid. Deelnemers aan het symposium wezen de
Aanpakcentrale aan als winnaar.
Bron: Aedes
Plannen voor leefbaarheid van Vivare
-
Vivare wil dat mensen prettig en veilig kunnen
wonen in hun buurt.
-
Dat doen we onder meer door het verbeteren van
de leefbaarheid.
-
Aan wijk- en buurtbeheer geven we € 2,0 miljoen
uit.
-
Dat geld gaat naar de Aanpakcentrale,
investeringen in kwetsbare wijken,
wijkbeheerplatforms en woonomgevinginitiatieven
De Huurdersvereniging
Over-Betuwe Leefbaarheidsaward
"De Regelaar" voor
info klik hier
Wat is Leefbaarheid
Wonen beperkt zich niet tot hetgeen zich afspeelt binnen de vier
muren van de woning. De woonomgeving is van grote
rol en wellicht van groeiende betekenis voor het
wonen. Juist in de steden is aandacht voor de
woonomgeving cruciaal voor het welbevinden van de
bewoner en daarmee ook voor een goed functionerende
lokale woningmarkt.
De fysieke herstructurering draagt ook bij aan de verbetering
van de leefbaarheid, ofwel de kwaliteit van het
samen leven in wijken en buurten (sociaalfysieke
wijkaanpak). Met de stedelijke vernieuwing wordt ook
bijgedragen aan een meer gedifferentieerde
woningvoorraad in wijken en buurten. Hiermee wordt
beoogd de concentratie van lage inkomensgroepen te
verminderen, de negatieve effecten van de
concentratie van allochtonen op hun integratie tegen
te gaan en daarmee de gevoelens van verloedering en
onveiligheid te verminderen. De aanpak van de
openbare ruimte speelt een cruciale rol in het
vergroten van de leefbaarheid en het bevorderen van
het samenleven in wijken en buurten.
Woonomgeving
Leefbaarheid
Woononderzoek Nederland (WoON)
Het Woononderzoek Nederland (WoON) is
een nieuwe onderzoeksmethode om woonwensen en
woonomstandigheden in kaart te brengen. Het
onderzoek vervangt het Woning Behoefte Onderzoek
(WBO) en de Kwalitatieve Woningregistratie (KWR).
Sinds 1964 leverden deze onderzoeken de
basisinformatie over wonen. Het WoON geeft inzicht
in onder andere de samenstelling van huishoudens, de
huisvestingssituatie, de woonwensen, de woning en de
woonomgeving.
De eerste 3 jaarsperiode van het
Vooronderzoek Nederland wordt in 2007 afgesloten. De
hele cyclus, vanaf het verzamelen van gegevens in de
basismodule Woningmarkt en in de vervolgmodules plus
het rapporteren hierover, is dan doorlopen. In de
loop van 2007 starten ook de voorbereidingen voor de
volgende 3 jaarsperiode 2008-2010. Dus oogsten én
zaaien in één jaar.
WoON is de opvolger van het Woning
Behoefte Onderzoek (WBO) en de Kwalitatieve Woning
Registratie (KWR). Voor de basismodule woningmarkt
zijn 62.000 mensen geïnterviewd, 40.000 in opdracht
van het ministerie van VROM en 22.000 in opdracht
van deelnemers aan de oversampling. In
vervolgmodules wordt themagewijs een verdieping
gegeven. De respondenten die in de basismodule
instemmen met deelname aan vervolgonderzoek worden,
indien ze binnen de doelgroep van een vervolgmodule
vallen, opnieuw benaderd. De vervolgmodules zijn
gestart in 2006 en lopen door in 2007.
In 2008 start de basismodule van de
volgende driejaars cyclus.
Er wordt in WoON zoveel mogelijk
gebruik gemaakt van registratiebestanden. De
gegevens die de respondent verstrekt worden daarmee
aangevuld. Veldwerk zal altijd noodzakelijk zijn
voor het achterhalen van (woon)voorkeuren, beleving
en waardering van de woning en de woonomgeving.
Activiteiten en mijlpalen 2007
De oogst zal bestaan uit rapporteren,
in de eerste plaats over de basismodule van WoON, de
module Woningmarkt, en daarnaast over de module
sociaal-fysiek/woonomgeving. Over de module
Woningmarkt zal gerapporteerd worden in de algemene
publicatie "Wonen op een rijtje", en de
themapublicaties "De woningmarkt: een schuifpuzzel",
"Betaalbaarheid" en "Kansen voor de Stad"
(werktitels). Ook tot de oogst wordt het uitvoeren
van veldwerk voor verschillende vervolgmodules
gerekend, namelijk:
de module Energie, waarvan het
veldwerk in 2006 gestart is en doorloopt in 2007,
de module Wonen voor senioren,
waarvan de inhoudelijke voorbereiding in 2006
afgerond is en het veldwerk begin 2007 start,
de module Tussen wens en
werkelijkheid, waarvoor ook geldt dat de
voorbereiding in 2006 plaatsgevonden heeft en het
veldwerk begin 2007 start,
de module Consumentengedrag, waarvan
de voorbereiding in het voorjaar 2007 afgesloten
wordt en het veldwerk aansluitend plaatsvindt,
en tenslotte de module
Woningonderhoud en verbetering. De uitwerking van
deze module is vertraagd door capaciteitsproblemen.
Het is onzeker geworden of deze module uitgevoerd
zal gaan worden.
In 2007 zal over de drie
eerstgenoemde modules ook gerapporteerd worden.
Ook tot de oogst hoort het houden van
het congres "WoON naar Wens!" in april 2007. Dit
congres heeft als doel de kennis uit WoON te laten
landen bij professionals, de mensen die beleid maken
op het terrein van wonen.
Voor de onderzoekers wordt in
samenwerking met DANS in maart de workshop "Wegwijs
in WoON" gehouden. Het doel is het gebruik van het
analysebestand van WoON te stimuleren door
onderzoekers te wijzen op de analyse mogelijkheden
en de beschikbare informatie over het bestand.
Het zaaien start met een evaluatie
van de eerste 3 jaarsperiode. Met de lering die daar
uit te trekken is, zal het programma voor 2008-2010
worden geschreven.
19 februari 2007
Woonomgeving
Leefbaarheid
Weerstand tegen Welstand?
Bemoeienis van overheid met uiterlijk van woningen
wordt op prijs gesteld.
Aanbouw- of verbouwplannen van huiseigenaren moeten
in Nederland worden voorgelegd aan de commissie
welstand van de betreffende gemeente. Als het
uiterlijk van het geplande bouwwerk niet past binnen
de normen, wordt er geen vergunning verleend voor de
bouw. De vraag is nu wat burgers vinden van deze
vorm van overheidsbemoeienis.
Stel: uw buren wonen in een koopwoning en zijn van
plan hun woning aan te passen. Waar moet de gemeente
op toezien als het gaat om het uiterlijk van het te
(ver)bouwen object?
53% de gemeente moet zich zo min mogelijk bemoeien
met de keuzes die mijn buren maken bij het
veranderen van het uiterlijk van hun woning. Maar op
sommige aspecten vind ik dat de gemeente criteria
moet opstellen over wat wel en niet mag.
43% de gemeente heeft de verantwoordelijkheid erop
toe te zien dat het straatbeeld van mijn straat niet
rommelig wordt. Ik vind dan ook dat de gemeente de
plannen van mijn buren volledig dient te toetsen op
basis van criteria die door de gemeente zijn
bepaald.
4% de gemeente moet hier buiten staan en zich op
geen enkele wijze met het uiterlijk van de woning
van mijn buren bemoeien.
Opvallend is dat slechts 4% van de respondenten
vindt dat de gemeente hier geen enkele bemoeienis
mee moet hebben. Ruim 40% vindt dat de gemeenten
(ver)bouwplannen volledig moet toetsen op basis van
door de gemeente opgestelde criteria om te voorkomen
dat een rommelig straatbeeld ontstaat. Ruim de helft
van de respondenten vindt dat gemeenten op bepaalde
aspecten wèl, en op andere niet moeten toetsen.
Respondenten die vinden dat de gemeente op bepaalde
aspecten moet toetsen is vervolgens gevraagd op
welke aspecten volgens hen getoetst zou moeten
worden. Uit de lijst hiernaast mochten zij maximaal
3 aspecten kiezen. De meest opvallende en meest
omvangrijke aanpassingen worden beduidend vaker
genoemd dan kleinere aanpassingen zoals kozijnen,
deuren, ramen of toegangspoorten. Bij de categorie
‘anders’ geven respondenten aan dat zij toetsing op
uitbouwen, de grootte van het bouwwerk en of het
past in straatbeeld van belang vinden.
Bron
Centerdata - panel oktober 2005
2 februari 2006
Leefbaarheid
Woningcorporaties investeren in leefbare buurten
Woningcorporaties maken zich sterk voor een leefbare
wijk. Leefbaarheid is alles wat een buurt, wijk of
dorp prettig maakt. Prettig om te wonen en prettig
om te leven. Dat betekent goede woningen in een
fijne buurt, speelvoorzieningen voor de jeugd en
ontmoetingsruimten voor eenzame mensen. Maar ook
buurtfeesten en portiekgesprekken om buurtbewoners
met elkaar in contact te brengen en voldoende
winkels om je boodschappen te doen. Goed wonen is
dus meer dan alleen een dak boven je hoofd. Een
leefbare buurt houdt ook in dat corporaties zoveel
mogelijk ouderen of gehandicapten willen
ondersteunen die graag zo lang mogelijk zelfstandig
willen blijven wonen.
Wat heb ik hier als consument aan?
Als bewoner wil je je graag thuisvoelen in de wijk.
Dat geldt als kind, volwassene of oudere. Daarvoor
is meer nodig dan alleen een prettige woning. Ook de
woonomgeving moet fijn zijn. Dat kan door veel
verschillende zaken te regelen die aansluiten op de
behoeften van de mensen in een bepaalde wijk, buurt
of dorp. In een buurt met veel jongeren zal een
corporatie zich sterk maken voor de nodige
voorzieningen als een trapveldje
Johan Cruyff
Foundation
of buurthuis
(zie:
jantjebeton.nl).
In een buurt met veel ouderen zal een corporatie
zich weer sterk maken voor zorg en ontmoeting met
andere buurtbewoners. Ook jij kunt zelf veel doen om
de leefbaarheid in je eigen buurt of wijk te
verbeteren.
Wat doen corporaties aan leefbaarheid?
Corporaties beseffen dat prettig wonen meer is dan
het bouwen van goede woningen. Zij richten zich
steeds meer op de mensen in de wijk en hun
specifieke vragen en wensen. Mensen willen ook dat
er naar hun vragen en wensen wordt geluisterd. Dat
doen de corporaties niet alleen, maar samen met
allerlei organisatie die ook in de wijk werken,
zoals scholen, zorginstellingen, politie,
welzijnsorganisaties en gemeenten. Hierdoor wordt
het mogelijk om goede oplossingen voor wijken of
buurten te bedenken, in plaats van de standaard
oplossingen van de regering in Den Haag.
Ontwerp en sociale veiligheid
Onderzoekers van de Rijks Universiteit Leiden zijn
in opdracht van het Ministerie van VROM/DGWonen/SenK
nagegaan wat de meest actuele stand van kennis is
over de relatie tussen het ontwerp van de fysieke,
gebouwde omgeving en sociale veiligheid. Op basis
van een uitgebreide literatuurrecherche benoemen zij
een drietal clusters van variabelen die (A) van
invloed zijn op de sociale veiligheid en (B)
waarvoor geldt dat ze beïnvloedbaar zijn via
vormgeving en/of het beheer van de gebouwde
omgeving. Het betreft de clusters (I) objectieve
(feitelijke) sociale veiligheid, (II) sociale
kwaliteit en (III) gezondheid. Van de drie genoemde
clusters heeft de objectieve veiligheid de geringste
invloed op veiligheidsgevoelens, terwijl Sociale
kwaliteit het belangrijkst is. De invloed van
gezondheid staat weliswaar vast, maar kent van de
drie clusters wel de minst directe
beïnvloedingsmogelijkheid via ontwerpkenmerken. Deze
beleidshandvatten zijn niettemin, óók voor
gezondheid, aanwezig. De belangrijkste beïnvloeding
voor VROM verloopt via fysieke ontwerpkenmerken van
woningen en woonomgeving. Daarbij staan de indeling
en uitrusting van woningen, de ‘leesbaarheid’ van de
ruimte en het bevorderen van potentiële, terloopse
contacten in de directe leefomgeving door de
plaatsing van voorzieningen en looproutes centraal.
Toelichting
In het begin van 2006 is bij DGW/SenK/KO een
kennisagenda sociale veiligheid opgesteld die een
drietal onderzoeken omvat waarin de relatie
sociaal-fysiek en meer in het bijzonder de sociale
veiligheid in wijken centraal staat. Het eerste van
een reeks van drie onderzoeken is recentelijk
afgerond. Het betreft een zogeheten
‘State-of-the-Art’ studie, naar de stand van de
wetenschappelijke kennis over de relatie tussen
ontwerp van de woonomgeving (zowel woningen als de
publieke ruimte) en sociale veiligheid. De twee
andere studies betreffen een onderzoek van het
Sociaal en Cultureel Planbureau (dat naar
verwachting maart 2007 zal zijn afgerond) en een
onderzoek naar de invloed van functiemenging op
sociale veiligheid dat door het OTB en de Erasmus
Universiteit (pr
of. Dr. T.
Blokland-Potters) wordt uitgevoerd.
In de onderhavige studie staat dus de relatie tussen
ontwerp en sociale veiligheid centraal, en daarbij
wordt veiligheid in twee dimensies onderscheiden.
Zowel objectieve veiligheid (slachtofferschap van
criminaliteit) als subjectieve veiligheid
(veiligheidsgevoel) wordt onderzocht. De subjectieve
veiligheid (belevingskant) is in de analyse als te
verklaren variabele centraal gesteld. De feitelijke
veiligheid vormt in het verklaringsmodel, naast
sociale kwaliteit en gezondheid één van de clusters
van verklarende variabelen. De veronderstelling is
daarbij dat de mate waarin is voldaan aan behoeften
naar objectieve veiligheid, gezondheid en sociale
kwaliteit van invloed is op de veiligheidsbeleving.
De onderzoekers concluderen ten aanzien van het
eerste cluster dat het aannemelijk is dat de
structuur van de gebouwde omgeving van invloed is op
de feitelijke, objectieve criminaliteit. Met name
aspecten die zijn onder te brengen onder de noemer
Crime Prevention Through Environmental Design (CPTED),
in Nederland vertaald in het Politie Keurmerk,
zouden hun invloed hebben gehad op de
criminaliteitsdaling van de afgelopen jaren.
Tegelijkertijd stellen zij vast dat uit het
bestudeerde onderzoek blijkt dat dit nauwelijks
effect heeft op de veiligheidsgevoelens. Ze stellen
zelfs in een aantal studies perverse effecten vast:
mensen beveiligen hun woning beter, zijn daardoor
minder het slachtoffer van inbraak, maar voelen
zich, door al die aandacht voor beveiliging,
tegelijkertijd minder veilig! Wel wordt vastgesteld
dat de staat van onderhoud van de openbare ruimte en
leegstand een negatieve invloed heeft op veiligheid.
Onderhoud, beheer en tegengaan van leegstand zijn
gunstig voor het bevorderen van veiligheid.
Ten aanzien van het tweede cluster verklarende
variabelen - de sociale kwaliteit - concluderen de
onderzoekers dat dit een veel belangrijker invloed
heeft op sociale veiligheid, en dat de openbare
ruimte daarbij een rol van betekenis speelt. De
fysieke structuur van die ruimte ligt volgens hen in
het “faciliteren van het verzamelen van sociale
informatie”: het oordeel over sociale veiligheid
komt tot stand op basis van kennis over het gedrag
van anderen in de woonomgeving, en dan met name over
de mate waarin normen en waarden worden gedeeld. De
ruimtelijke structuur kan het verzamelen van die
kennis ondersteunen en bevorderen, of juist
bemoeilijken. De ruimtelijke inrichting dient het
zogeheten vanzelfsprekende, terloopse contact te
bevorderen, aangezien daarmee de sociale veiligheid
wordt verbeterd. Daarbij gaat het niet alleen om
voorzieningen op loopafstand, inrichtingskenmerken
van de openbare ruimte en looproutes in de omgeving,
maar ook om bouwkenmerken als plaatsing van deuren
en ramen. ‘Familiar strangers’ hebben een positieve
invloed op de veiligheidsbeleving en ontwerp- en
inrichtingskenmerken zijn van invloed op het
ontstaan van de noodzakelijke vluchtige interacties.
En bij het bevorderen van die familiariteit spelen
ontwerpkenmerken een rol.
Met betrekking tot het derde cluster – gezondheid –
stellen de onderzoekers vast dat de literatuur
aantoont dat er een relatie bestaat tussen een
(slechtere) ervaren gezondheid en de beleving van
(meer) sociale onveiligheid. Deze relatie draagt
bovendien een meervoudig karakter: een slechte
gezondheid versterkt enerzijds het gevoel van
kwetsbaarheid, terwijl het anderzijds de mobiliteit
van mensen vermindert (met als gevolg een
versterking van de
kwetsbaarheid/onveiligheidsgevoelens). De kwaliteit
van de gebouwde omgeving is direct van invloed op de
gezondheid, daarbij gaat het bijvoorbeeld om de
bouwkundige kwaliteit en de bezettingsgraad van
woningen, maar ook om de kwaliteit van de (groene)
buitenruimte.
|