Leefbaarheid in u buurt of wijk

 

Home

Award

Bestuur

HvOB Nieuws

Spreekuur

Persberichten

Woonbond Actie

Ledenwerving

Woonnieuws

Links

ALV Notulen '07

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven

 

Huurdersvereniging Over-Betuwe

Leefbaarheid


Gemeenten vrezen verpaupering na verkoop huurhuizen


(Novum) - Gemeenten vrezen voor de verpaupering van woonwijken als woningcorporaties worden verplicht driekwart van hun huizenbestand te verkopen. Dat bevestigt een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) donderdag na berichtgeving hierover in het Nederlands Dagblad. Het kabinet maakte de plannen over de verkoop van sociale woningen eind december bekend.

Door de verkoop van huurwoningen worden problemen in wijken moeilijker beheersbaar voor corporaties, menen de gemeenten. Gemeenten en corporaties pakken deze problemen nu vaak gezamenlijk aan. Dat wordt bemoeilijkt als ook particuliere woningbezitters bij de wijkenaanpak betrokken moeten worden. Ook het plegen van groot onderhoud wordt daardoor lastiger.

VNG is niet blij dat het kabinet de gemeenten niet betrokken heeft bij het ontwerp van het wetsvoorstel, dat nu bij de Raad van State ligt. "Gemeenten moeten kunnen meepraten over welke woningen te koop kunnen worden gezet", licht een woordvoerder toe. "Maar we vrezen dat dat niet geregeld is in het wetsvoorstel. We moeten de inhoud maar afwachten."

Vooral in achterstandswijken kunnen de plannen van het kabinet tot grote problemen leiden, vreest VNG. Die angst wordt gedeeld door de huurdersvereniging Woonbond en de woningcorporaties zelf.

 


Belangrijke informatie klik op: www.1meikomitee.net


Informatie gemeente Overbetuwe

Beter een goede buur…

“Voorkómen is beter dan genezen.” Een oude wijsheid die, ook op het gebied van de psychische gezondheid, niet altijd eenvoudig waar te maken is. Deskundige ondersteuning is daarbij belangrijk en zinvol. Deze is echter niet altijd even makkelijk te bereiken. Juist dat willen GGZ Nijmegen en de Gelderse Roos nú in Elst veranderen - door “als goede buur”, dus bij u in de buurt, preventieve zorg aan te bieden.
Vanaf maart bieden we in Cultureel Centrum De Wieken (Prinses Irenestraat 49, Elst) wekelijks diverse cursussen aan. Dit onder de naam Indigo. Zo kunt u bijvoorbeeld tot de zomervakantie deelnemen aan: “Communicatie en assertiviteit”, “Piekeren en ontspanning”, “Help ik wil slapen!” en “Voluit leven”.

Kijk voor meer informatie op www.indigo.nl, www.ggznijmegen.nl of bel 026-3124334 / 024-383787.

 


Informatie over de AED's
gemeente Overbetuwe

Stichting Kloppend Hart voor Lingewaard en Overbetuwe

De gemeente Overbetuwe is een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de Stichting Kloppend Hart voor Lingewaard en Overbetuwe betreffende plaatsing van AED's (Automatische Externe Defibrillatoren). Hierdoor hoopt de gemeente de overlevingskans van mensen met een hartstilstand te vergroten. Dit houdt in dat er moet worden gezorgd dat er zoveel mogelijk AED's in de gemeente Overbetuwe aanwezig zijn en per geplaatste AED 12 vrijwilligers voor hartreanimatie en denfibrillatie opgeleid worden. De opgeleide vrijwilligers kunnen zich dan aanmelden voor het AED Alert. Mensen die reeds in het bezit zijn van een bedieningscertificaat voor een AED en reanimeren, kunnen zich aanmelden voor het AED alert via de website:
www.aed-alert.nl

Hoe werkt het AED Alert?

Wanneer 112 gebeld is worden vanuit de meldkamer opgeleide vrijwilligers gealarmeerd. Op het moment dat er een melding bij de meldkamer binnenkomt, zorgt het systeem ervoor dat mensen die kunnen reanimeren en/of defibrilleren en het dichts bij het slachtoffer of defibrillator zijn, een SMS bericht ontvangen op hun mobiele telefoon. De locatie waar het slachtoffer of defibrillator zich bevindt wordt vermeld, met de boodschap daarheen te gaan. Wanneer er nog geen brandweer of ambulance aanwezig is kunnen de opgeleide vrijwilligers direct starten met reanimeren en, zo nodig defibrilleren.
De gemeente is..... op zoek naar vrijwilligers.
Binnenkort wordt er in de wijk Elst-Zuid een aantal AED's opgehangen en wel bij de bibliotheek aan het Europaplein, Bij de sporthal de Kruisakkers en in de buurt van de Jasappel in de appelbuurt. Er worden voor die defibrillatoren nog vrijwilligers gezocht die willen worden opgeleid voor de bediening daarvan en reanimatie. Ook met mensen die reeds zijn opgeleid en in die omgeving wonen wil de gemeente graag in contact komen. Heeft u een certificaat van de Nederlandse Reanimatieraad of wilt u opgeleid worden? meld u aan als vrijwilliger. Dit kan o.a. via de mail van de stichting Kloppend Hart voor Lingewaard en Overbetuwe:     info@kloppendhartvooroverbetuwe.nl

De opleidingen worden door de plaatselijke EHBO vereniging verzorgd.
 

Huurdersvereniging Over-Betuwe ondersteund deze levensreddende actie


‘WMO-geld niet naar lantaarnpaal’

Staatssecretaris Bussemaker suggereert ten onrechte dat gemeenten WMO-geld gebruiken voor andere zaken zoals lantaarnpalen en parkeerplaatsen, stelt de VNG. Het gaat om de besteding van tientallen miljoenen euro’s die de gemeenten krijgen om de gevolgen van de bezuinigingen op de AWBZ op te vangen door te investeren in welzijnsvoorzieningen.

Volgens de VNG is er geen onderbouwing voor de vrees dat gemeenten dit geld voor andere doelen zouden gebruiken en staan ze juist klaar om de gevolgen van de AWBZ-bezuiniging op te vangen.

Vorige week zei Bussemaker op een WMO-congres in Amsterdam dat gemeenten beter moeten samenwerken met welzijnsinstellingen. Ook noemde ze het onacceptabel dat gemeenten een deel van het WMO-geld voor andere doelen gebruiken.

VNG, VWS
Bron FNV 29 september 2009


Goed wonen in Overbetuwe: 16 september Woonforum
--------------------------------------------------------------------------------

Op woensdagavond 16 september 2009 presenteert de gemeente in ‘Het Wapen van Valburg’ het concept van de nieuwe woonvisie Overbetuwe 2010 – 2015.
U bent van harte welkom! Inloop 19.00 uur - Aanvang 19.30 uur.

Het is goed wonen in Overbetuwe!
Om de kwaliteit van de woon- en leefomgeving te behouden en waar mogelijk te versterken heeft het gemeentebestuur een nieuwe (concept) woonvisie opgesteld voor de periode 2010-2015. Als u benieuwd bent naar de nieuwe woonvisie, kom dan naar het woonforum op 16 september in het Wapen van Valburg. De avond biedt voor u een uitgelezen mogelijkheid voor reactie en debat.

Voorbereiding
In het voorjaar van 2009 heeft de gemeente deze woonvisie voorbereid, in nauw overleg met woningbouwcorporaties, ontwikkelaars, huurdersverenigingen, makelaars, (mede)overheden, zorgaanbieders en ook de dorpsraden en wijkplatforms. Besproken is hoe we woonwensen inventariseren en hoe we kunnen samenwerken bij het waarmaken van die woonwensen.

Woonwensen
De woonvisie beschrijft de gemeentelijke ambities op het terrein van wonen voor de komende 5 tot 10 jaar. In deze visie staan woonwensen van niet alleen de huidige inwoners maar ook van de toekomstige inwoners De woonvisie gaat ook in op de prijs van woningen en de kwaliteit die daartegenover moet staan.
De gemeente bouwt zelf geen woningen. Daarom geeft de woonvisie ook aan met welke partners Overbetuwe daarbij wil samen werken. Ook de kaders die in mei door de gemeenteraad zijn vastgesteld, zijn meegenomen.

Leefbaarheid
De woonvisie gaat niet specifiek over uw woning of over uw straat. De woonvisie doet wel uitspraken over wonen en woningen in Overbetuwe. Zoals, welke woningen moeten er de komende tijd moeten worden gebouwd, waar en voor wie?
Het gaat dus wel over het toekomstig wonen in Overbetuwe en daarmee ook over de leefbaarheid in het dorp waar u in Overbetuwe woont.

Wat vindt u ervan?
Op 16 september zijn de hiervoor genoemde organisaties opnieuw uitgenodigd. Graag willen we samen met hen en met u als inwoner van de gemeente nagaan of we in het concept de noodzakelijke bouwstenen hebben verwerkt voor de juiste koers en keuzes in Overbetuwe
De zaal krijgt ruime gelegenheid om te reageren. Wij verwerken vervolgens uw reactie in het concept waarover de gemeenteraad zich dit najaar uitspreekt. U bent van harte welkom op 16 september vanaf 19.00 uur (inloop, aanvang 19.30 uur) in het Wapen van Valburg in Valburg. We zijn benieuwd wat u ervan vindt.

Aanmelding
Onder het kopje Wonen en leven (in het hoofdmenu, links) vindt u de woonvisie. Hier kunt u zich aanmelden voor het Woonforum.


Geplaatst: 5 februari 2009
                                      Armoede


Meer huisuitzettingen dit jaar en een explosieve groei van voedselbankbezoekers. Met de naderende recessie zal armoede alleen maar vaker op de agenda komen te staan. Zo hebben de 27 grote steden inmiddels maatregelen ontwikkeld om de armoede verder te bestrijden. Er wordt gewerkt aan een wettelijke regeling waarin een grotere verantwoordelijkheid geregeld wordt voor woningcorporaties, zorgverzekeraars en gerechtsdeurwaarders.


De Betuwe Toren in Elst??

Iets te hoog gegrepen misschien maar het gaat om het idee voorlopig is er dan geen kostbare grond van onze mooie Betuwe nodig zo sprak Henk ten Westenend op het Woonforum van Overbetuwe.


gebiedsontwikkeling

Gebiedsontwikkeling heeft in zeer korte tijd een plaats veroverd in agenda’s van bestuurders, directeuren, projectleiders en burgers.

Vrijwel niemand twijfelt aan de essentie ervan: de praktijk van gebieden centraal stellen en uitgaan van de daar geldende urgenties, belangen en kansen. Na een eeuw van kwantiteit krijgen op deze manier identiteit en kwaliteit een nieuwe impuls. Wie kan daar tegen zijn? Meer over het programma Gebiedsontwikkeling...


Laatste nieuws:

Lokaal handvest voor huurders vergroot draagvlak niet
3 december 2008

Christen Unie en PvdA willen huurders meer rechten geven bij sloop of renovatie van hun eigen buurt. Deze afspraken tussen huurders en verhuurders komen in een lokaal handvest te staan. Het handvest vergroot het draagvlak en de betrokkenheid van de buurtbewoners, menen PvdA en CU. "Een nobel streven, maar tot meer draagvlak en betrokkenheid zal het niet leiden", meent Walter Vroom, Nirov-projectleider Gebiedsontwikkeling. Lees meer...

Gebiedsontwikkeling: vaardigheden belangrijker dan kennis
27 november 2008
Bij de partijen die betrokken zijn bij gebiedsontwikkeling leven nog behoorlijk wat misverstanden over 'de ander'. Bijvoorbeeld een bestuurder die denkt dat een marktpartij wel even de onrendabele top van een investering zal betalen. "Om een gebiedsontwikkeling succesvol te realiseren, is het essentieel om deze misvattingen over hoe dingen bij de andere partij werken uit de wereld te helpen", meent Peter van Rooy, wetenschappelijk directeur De Praktijkacademie. Lees meer...

Nieuwe Brochure Maatwerkproducten Gebiedsontwikkeling
22 oktober 2008
Het Nirov ondersteunt private, publieke en particuliere partijen om kennis en competenties te ontwikkelen en verspreiden. Dat doen we met een breed aanbod aan open trainingen en cursussen, maar ook met behulp van verschillende maatwerkproducten. In de nieuwe brochure vindt u de producten waarmee we de praktijk de afgelopen jaren bediend hebben.

De exacte inhoud stellen we graag met u samen.

'Bewoners zijn lastig en vertragen het proces eindeloos met procedures die niets toevoegen.' Mooi niet dus! De kennis en ervaring van bewoners is juist van grote waarde voor een goede gebiedsontwikkeling. Daarom is het essentieel om bewoners zo vroeg mogelijk en zo goed mogelijk bij het proces te betrekken. Op deze studiedag leert u op een inspirerende manier hoe u samen met de bewoners gebiedsontwikkeling tot een succes kunt maken.

Bewoners belangrijk
Bewoners, ondernemers en hun organisaties wonen en/of werken vaak al heel lang in een wijk of gebied. Als geen ander weten ze waar de kansen en bedreigingen in een gebied liggen. Zij worden immers dagelijks geconfronteerd met hun woon- of werkomgeving en de mate waarin deze aansluit bij hun behoeften. De continuïteit bij bewoners is vaak veel groter dan bij professionals die zich met de wijk of het gebied bezighouden en hun kennis is veel waard bij gebiedsontwikkeling.

Kwaliteit en belevingswaarde
Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk punt in vakdiscussies. Helaas wordt kwaliteit daarin meestal gedefinieerd als een smal, vastliggend begrip van wat professionals ‘mooi’ en ‘lelijk’ vinden. De beleving van de bewoners speelt hierbij geen grote rol. Terwijl het juist van groot belang is dat bewoners zich thuis (blijven) voelen in hun wijk. Zo creëer je betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Die belevingswaarde is niet alleen gebaseerd op de inhoud, maar ook op het proces. Hoeveel hebben bewoners van zichzelf in het plan kunnen leggen, en is hun inbreng op waarde geschat? Kunnen ze trots zijn op hun gebied?

Nieuwe werkwijze
Hoe betrek je bewoners bij het proces van gebiedsontwikkeling? Hoe zorg je voor snelheid, kwaliteit en tevredenheid door en voor de bewoners en andere gebruikers van een gebied? Tijdens deze studiedag krijgt u hier handvatten voor. U leert hoe u de kennis en belangen van bewoners en ondernemers kunt verzamelen en deze vervolgens om kunt zetten in daden die kwaliteit opleveren voor het gebied. Dat is dus veel meer dan alleen het creëren van draagvlak. De afgelopen jaren werd communicatie immers vooral ingezet om de plannen door de kronkelende paden van inspraak en bezwaar te manoeuvreren. Deze nieuwe werkwijze gaat veel verder en benut daadwerkelijk de kennis en belangen van bewoners.
 


Experiment alleenstaande ouders van start


13 januari 2009

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat werken in deeltijd voor alleenstaande ouders financieel aantrekkelijker maken. Per 1 januari is gestart met experimenten bij 27 gemeenten.

Alleenstaande ouders die vanuit een uitkering in deeltijd gaan werken ontvangen een financieel extraatje van maximaal 120 euro per maand. Ook alleenstaande ouders die nu 12 uur werken en dit uitbreiden naar minimaal 20 uur ontvangen een extraatje. Dit extraatje moet de alleenstaande ouder met kleine baantjes stimuleren om meer te gaan werken en meer alleenstaande ouders die langs de kant staan aan een baan helpen. Alleenstaande ouders die na 6 maanden nog uit de bijstand zijn, krijgen bovendien een financiële beloning van minimaal 500 euro.
Het experiment is geslaagd wanneer in de gemeenten waar het experiment loopt, meer alleenstaande ouders (meer uren) gaan werken én meer alleenstaande ouders uitstromen uit de bijstand dan in gemeenten die niet meedoen aan het experiment. Voor de mensen die nu kleine baantjes hebben wordt ernaar gestreefd dat 25 procent daarvan dat uitbreiden naar 20 uur of meer.
In de deelnemende gemeenten zijn er 16.000 alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering. Het experiment bij gemeenten loopt tot en met 30 juni 2011. Daarna bekijkt de staatssecretaris of het experiment succesvol is en bredere navolging verdient. Met het experiment is 7 miljoen euro gemoeid.

bron: FNV


Geplaatst op:1 november '07

Woonomgevingsploegen: daar knapt uw straat van op!
 
Een schone straat met nette tuinen. Dat wil iedereen wel. Als bewoners plannen hebben om hun straat mooier te maken, helpt Vivare met woonomgevingsploegen. Dat is een team dat bewoners helpt de woonomgeving schoon, heel en veilig te maken, iets dat Vivare ook heel belangrijk vindt. De hulp bestaat uit bijvoorbeeld onkruid verwijderen, vegen, een extra likje verf, het opknappen van een speeltuintje, snoeien van struiken of achterpaden aanpakken: kortom hulp bij het opknappen van uw straat. Wilt u uw straat opknappen en daarbij hulp van Vivare?
Laat het Vivare dan weten!
Vivare weet dat bewoners het belangrijk vinden dat hun woonomgeving er netjes bij ligt. Schone straten, nette tuinen.
Een nette buurt is beter leefbaar. Vivare helpt op een hele concrete en zichtbare manier bij het vergroten van de leefbaarheid. De woonomgevingsploegen bestaan uit aanpakkers die actieve bewoners ondersteunen bij het werken aan de buurt. De inzet van zo’n ploeg kunt u aanvragen bij Vivare.
In de wijk Emmerik in Westervoort, waar Vivare ook woningen heeft, is de ploeg, samen met de gemeente, een hoveniersbedrijf en bewoners al aan de gang geweest. Er werd zwerfvuil opgeruimd, tuintjes opgeknapt, het speeltuintje aangepakt… kortom de buurt werd weer mooi gemaakt.
Dat kan ook in uw buurt, als Vivare daar woningen heeft. In Elst werkt de gemeente Overbetuwe daarbij enthousiast mee vanuit het programma ‘Overbetuwe schoon’. Ook het Leerdorp Elst van het Westeraam doet mee aan dit initiatief.
Wilt u ook samen met de woonomgevingploeg uw straat opknappen? Vertel dit aan Vivare. Samen met u bekijken we dan wat mogelijk is. Het aanbod geldt voor buurten met (vooral) woningen van Vivare. Uw idee kan naar Vivare,
Europaplein 14, 6662 DD Elst, tel. 0481 - 36 75 50 of mail naar elst@vivare.nl. Laten we samen aan de slag gaan
!
 


 

Vivare’s Aanpakcentrale wint MVO Award

Geplaatst op: 25 september 2007
 

Vivare heeft met de Aanpakcentrale de MVO Award gewonnen, een prijs voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Eric Angenent, directeurbestuurder van Vivare, kreeg de MVO Award op 20 september 2007 uitgereikt tijdens het Nationaal Symposium Woningcorporaties. De prijs bestaat uit een oorkonde en een cheque van duizend euro. Dat geld gaat naar een project van de Aanpakcentrale.

De Aanpakcentrale biedt hulp aan organisaties die zich inzetten voor jongeren. Vivare helpt deze organisaties om goede projecten van idee naar werkelijkheid te brengen, maar neemt het project niet over. Een van de projecten is de W-deal, waarin organisaties met jongeren een deal sluiten: een woning in ruil voor werken of opleiding én begeleiding. Wie zich niet aan de deal houdt, raakt het dak boven zijn hoofd kwijt.

De MVO Award is de uitkomst van een onderzoek naar maatschappelijk verantwoord ondernemen. In het onderzoek zijn twintig maatschappelijke projecten van woningcorporaties vergeleken. De projecten zijn beoordeeld op aspecten als bedrijfsmatigheid, leefbaarheid, zorg voor wonen, veiligheid, milieu en oprechtheid. Deelnemers aan het symposium wezen de Aanpakcentrale aan als winnaar.

Bron: Aedes


Plannen voor leefbaarheid van Vivare 

  • Vivare wil dat mensen prettig en veilig kunnen wonen in hun buurt.

  • Dat doen we onder meer door het verbeteren van de leefbaarheid.

  • Aan wijk- en buurtbeheer geven we € 2,0 miljoen uit.

  • Dat geld gaat naar de Aanpakcentrale, investeringen in kwetsbare wijken, wijkbeheerplatforms en woonomgevinginitiatieven


De Huurdersvereniging Over-Betuwe Leefbaarheidsaward

"De Regelaar" voor info klik hier


Wat is Leefbaarheid

Wonen beperkt zich niet tot hetgeen zich afspeelt binnen de vier muren van de woning. De woonomgeving is van grote rol en wellicht van groeiende betekenis voor het wonen. Juist in de steden is aandacht voor de woonomgeving cruciaal voor het welbevinden van de bewoner en daarmee ook voor een goed functionerende lokale woningmarkt.

De fysieke herstructurering draagt ook bij aan de verbetering van de leefbaarheid, ofwel de kwaliteit van het samen leven in wijken en buurten (sociaalfysieke wijkaanpak). Met de stedelijke vernieuwing wordt ook bijgedragen aan een meer gedifferentieerde woningvoorraad in wijken en buurten. Hiermee wordt beoogd de concentratie van lage inkomensgroepen te verminderen, de negatieve effecten van de concentratie van allochtonen op hun integratie tegen te gaan en daarmee de gevoelens van verloedering en onveiligheid te verminderen. De aanpak van de openbare ruimte speelt een cruciale rol in het vergroten van de leefbaarheid en het bevorderen van het samenleven in wijken en buurten.


Woonomgeving

Leefbaarheid

Woononderzoek Nederland (WoON)

Het Woononderzoek Nederland (WoON) is een nieuwe onderzoeksmethode om woonwensen en woonomstandigheden in kaart te brengen. Het onderzoek vervangt het Woning Behoefte Onderzoek (WBO) en de Kwalitatieve Woningregistratie (KWR). Sinds 1964 leverden deze onderzoeken de basisinformatie over wonen. Het WoON geeft inzicht in onder andere de samenstelling van huishoudens, de huisvestingssituatie, de woonwensen, de woning en de woonomgeving.  

De eerste 3 jaarsperiode van het Vooronderzoek Nederland wordt in 2007 afgesloten. De hele cyclus, vanaf het verzamelen van gegevens in de basismodule Woningmarkt en in de vervolgmodules plus het rapporteren hierover, is dan doorlopen. In de loop van 2007 starten ook de voorbereidingen voor de volgende 3 jaarsperiode 2008-2010. Dus oogsten én zaaien in één jaar.

WoON is de opvolger van het Woning Behoefte Onderzoek (WBO) en de Kwalitatieve Woning Registratie (KWR). Voor de basismodule woningmarkt zijn 62.000 mensen geïnterviewd, 40.000 in opdracht van het ministerie van VROM en 22.000 in opdracht van deelnemers aan de oversampling. In vervolgmodules wordt themagewijs een verdieping gegeven. De respondenten die in de basismodule instemmen met deelname aan vervolgonderzoek worden, indien ze binnen de doelgroep van een vervolgmodule vallen, opnieuw benaderd. De vervolgmodules zijn gestart in 2006 en lopen door in 2007. 

In 2008 start de basismodule van de volgende driejaars cyclus. 

Er wordt in WoON zoveel mogelijk gebruik gemaakt van registratiebestanden. De gegevens die de respondent verstrekt worden daarmee aangevuld. Veldwerk zal altijd noodzakelijk zijn voor het achterhalen van (woon)voorkeuren, beleving en waardering van de woning en de woonomgeving. 

Activiteiten en mijlpalen 2007

De oogst zal bestaan uit rapporteren, in de eerste plaats over de basismodule van WoON, de module Woningmarkt, en daarnaast over de module sociaal-fysiek/woonomgeving. Over de module Woningmarkt zal gerapporteerd worden in de algemene publicatie "Wonen op een rijtje", en de themapublicaties "De woningmarkt: een schuifpuzzel", "Betaalbaarheid" en "Kansen voor de Stad" (werktitels). Ook tot de oogst wordt het uitvoeren van veldwerk voor verschillende vervolgmodules gerekend, namelijk:

de module Energie, waarvan het veldwerk in 2006 gestart is en doorloopt in 2007,

de module Wonen voor senioren, waarvan de inhoudelijke voorbereiding in 2006 afgerond is en het veldwerk begin 2007 start,

de module Tussen wens en werkelijkheid, waarvoor ook geldt dat de voorbereiding in 2006 plaatsgevonden heeft en het veldwerk begin 2007 start,

de module Consumentengedrag, waarvan de voorbereiding in het voorjaar 2007 afgesloten wordt en het veldwerk aansluitend plaatsvindt,

en tenslotte de module Woningonderhoud en verbetering. De uitwerking van deze module is vertraagd door capaciteitsproblemen. Het is onzeker geworden of deze module uitgevoerd zal gaan worden.

In 2007 zal over de drie eerstgenoemde modules ook gerapporteerd worden. 

Ook tot de oogst hoort het houden van het congres "WoON naar Wens!" in april 2007. Dit congres heeft als doel de kennis uit WoON te laten landen bij professionals, de mensen die beleid maken op het terrein van wonen.

Voor de onderzoekers wordt in samenwerking met DANS in maart de workshop "Wegwijs in WoON" gehouden. Het doel is het gebruik van het analysebestand van WoON te stimuleren door onderzoekers te wijzen op de analyse mogelijkheden en de beschikbare informatie over het bestand. 

Het zaaien start met een evaluatie van de eerste 3 jaarsperiode. Met de lering die daar uit te trekken is, zal het programma voor 2008-2010 worden geschreven. 

19 februari 2007 


Woonomgeving

 

Leefbaarheid


Weerstand tegen Welstand?
Bemoeienis van overheid met uiterlijk van woningen wordt op prijs gesteld.

Aanbouw- of verbouwplannen van huiseigenaren moeten in Nederland worden voorgelegd aan de commissie welstand van de betreffende gemeente. Als het uiterlijk van het geplande bouwwerk niet past binnen de normen, wordt er geen vergunning verleend voor de bouw. De vraag is nu wat burgers vinden van deze vorm van overheidsbemoeienis.

Stel: uw buren wonen in een koopwoning en zijn van plan hun woning aan te passen. Waar moet de gemeente op toezien als het gaat om het uiterlijk van het te (ver)bouwen object?
53% de gemeente moet zich zo min mogelijk bemoeien met de keuzes die mijn buren maken bij het veranderen van het uiterlijk van hun woning. Maar op sommige aspecten vind ik dat de gemeente criteria moet opstellen over wat wel en niet mag.
43% de gemeente heeft de verantwoordelijkheid erop toe te zien dat het straatbeeld van mijn straat niet rommelig wordt. Ik vind dan ook dat de gemeente de plannen van mijn buren volledig dient te toetsen op basis van criteria die door de gemeente zijn bepaald.
4% de gemeente moet hier buiten staan en zich op geen enkele wijze met het uiterlijk van de woning van mijn buren bemoeien.

Opvallend is dat slechts 4% van de respondenten vindt dat de gemeente hier geen enkele bemoeienis mee moet hebben. Ruim 40% vindt dat de gemeenten (ver)bouwplannen volledig moet toetsen op basis van door de gemeente opgestelde criteria om te voorkomen dat een rommelig straatbeeld ontstaat. Ruim de helft van de respondenten vindt dat gemeenten op bepaalde aspecten wèl, en op andere niet moeten toetsen.

Respondenten die vinden dat de gemeente op bepaalde aspecten moet toetsen is vervolgens gevraagd op welke aspecten volgens hen getoetst zou moeten worden. Uit de lijst hiernaast mochten zij maximaal 3 aspecten kiezen. De meest opvallende en meest omvangrijke aanpassingen worden beduidend vaker genoemd dan kleinere aanpassingen zoals kozijnen, deuren, ramen of toegangspoorten. Bij de categorie ‘anders’ geven respondenten aan dat zij toetsing op uitbouwen, de grootte van het bouwwerk en of het past in straatbeeld van belang vinden.

Bron

Centerdata - panel oktober 2005

2 februari 2006
 


Leefbaarheid

Woningcorporaties investeren in leefbare buurten
Woningcorporaties maken zich sterk voor een leefbare wijk. Leefbaarheid is alles wat een buurt, wijk of dorp prettig maakt. Prettig om te wonen en prettig om te leven. Dat betekent goede woningen in een fijne buurt, speelvoorzieningen voor de jeugd en ontmoetingsruimten voor eenzame mensen. Maar ook buurtfeesten en portiekgesprekken om buurtbewoners met elkaar in contact te brengen en voldoende winkels om je boodschappen te doen. Goed wonen is dus meer dan alleen een dak boven je hoofd. Een leefbare buurt houdt ook in dat corporaties zoveel mogelijk ouderen of gehandicapten willen ondersteunen die graag zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen.

Wat heb ik hier als consument aan?
Als bewoner wil je je graag thuisvoelen in de wijk. Dat geldt als kind, volwassene of oudere. Daarvoor is meer nodig dan alleen een prettige woning. Ook de woonomgeving moet fijn zijn. Dat kan door veel verschillende zaken te regelen die aansluiten op de behoeften van de mensen in een bepaalde wijk, buurt of dorp. In een buurt met veel jongeren zal een corporatie zich sterk maken voor de nodige voorzieningen als een trapveldje
Johan Cruyff Foundation
of buurthuis (zie: jantjebeton.nl). In een buurt met veel ouderen zal een corporatie zich weer sterk maken voor zorg en ontmoeting met andere buurtbewoners. Ook jij kunt zelf veel doen om de leefbaarheid in je eigen buurt of wijk te verbeteren.

Wat doen corporaties aan leefbaarheid?
Corporaties beseffen dat prettig wonen meer is dan het bouwen van goede woningen. Zij richten zich steeds meer op de mensen in de wijk en hun specifieke vragen en wensen. Mensen willen ook dat er naar hun vragen en wensen wordt geluisterd. Dat doen de corporaties niet alleen, maar samen met allerlei organisatie die ook in de wijk werken, zoals scholen, zorginstellingen, politie, welzijnsorganisaties en gemeenten. Hierdoor wordt het mogelijk om goede oplossingen voor wijken of buurten te bedenken, in plaats van de standaard oplossingen van de regering in Den Haag.
 



                             Ontwerp en sociale veiligheid

Onderzoekers van de Rijks Universiteit Leiden zijn in opdracht van het Ministerie van VROM/DGWonen/SenK nagegaan wat de meest actuele stand van kennis is over de relatie tussen het ontwerp van de fysieke, gebouwde omgeving en sociale veiligheid. Op basis van een uitgebreide literatuurrecherche benoemen zij een drietal clusters van variabelen die (A) van invloed zijn op de sociale veiligheid en (B) waarvoor geldt dat ze beïnvloedbaar zijn via vormgeving en/of het beheer van de gebouwde omgeving. Het betreft de clusters (I) objectieve (feitelijke) sociale veiligheid, (II) sociale kwaliteit en (III) gezondheid. Van de drie genoemde clusters heeft de objectieve veiligheid de geringste invloed op veiligheidsgevoelens, terwijl Sociale kwaliteit het belangrijkst is. De invloed van gezondheid staat weliswaar vast, maar kent van de drie clusters wel de minst directe beïnvloedingsmogelijkheid via ontwerpkenmerken. Deze beleidshandvatten zijn niettemin, óók voor gezondheid, aanwezig. De belangrijkste beïnvloeding voor VROM verloopt via fysieke ontwerpkenmerken van woningen en woonomgeving. Daarbij staan de indeling en uitrusting van woningen, de ‘leesbaarheid’ van de ruimte en het bevorderen van potentiële, terloopse contacten in de directe leefomgeving door de plaatsing van voorzieningen en looproutes centraal.

Toelichting
In het begin van 2006 is bij DGW/SenK/KO een kennisagenda sociale veiligheid opgesteld die een drietal onderzoeken omvat waarin de relatie sociaal-fysiek en meer in het bijzonder de sociale veiligheid in wijken centraal staat. Het eerste van een reeks van drie onderzoeken is recentelijk afgerond. Het betreft een zogeheten ‘State-of-the-Art’ studie, naar de stand van de wetenschappelijke kennis over de relatie tussen ontwerp van de woonomgeving (zowel woningen als de publieke ruimte) en sociale veiligheid. De twee andere studies betreffen een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (dat naar verwachting maart 2007 zal zijn afgerond) en een onderzoek naar de invloed van functiemenging op sociale veiligheid dat door het OTB en de Erasmus Universiteit (pr

of. Dr. T. Blokland-Potters) wordt uitgevoerd.

In de onderhavige studie staat dus de relatie tussen ontwerp en sociale veiligheid centraal, en daarbij wordt veiligheid in twee dimensies onderscheiden. Zowel objectieve veiligheid (slachtofferschap van criminaliteit) als subjectieve veiligheid (veiligheidsgevoel) wordt onderzocht. De subjectieve veiligheid (belevingskant) is in de analyse als te verklaren variabele centraal gesteld. De feitelijke veiligheid vormt in het verklaringsmodel, naast sociale kwaliteit en gezondheid één van de clusters van verklarende variabelen. De veronderstelling is daarbij dat de mate waarin is voldaan aan behoeften naar objectieve veiligheid, gezondheid en sociale kwaliteit van invloed is op de veiligheidsbeleving.
De onderzoekers concluderen ten aanzien van het eerste cluster dat het aannemelijk is dat de structuur van de gebouwde omgeving van invloed is op de feitelijke, objectieve criminaliteit. Met name aspecten die zijn onder te brengen onder de noemer Crime Prevention Through Environmental Design (CPTED), in Nederland vertaald in het Politie Keurmerk, zouden hun invloed hebben gehad op de criminaliteitsdaling van de afgelopen jaren.
Tegelijkertijd stellen zij vast dat uit het bestudeerde onderzoek blijkt dat dit nauwelijks effect heeft op de veiligheidsgevoelens. Ze stellen zelfs in een aantal studies perverse effecten vast: mensen beveiligen hun woning beter, zijn daardoor minder het slachtoffer van inbraak, maar voelen zich, door al die aandacht voor beveiliging, tegelijkertijd minder veilig! Wel wordt vastgesteld dat de staat van onderhoud van de openbare ruimte en leegstand een negatieve invloed heeft op veiligheid. Onderhoud, beheer en tegengaan van leegstand zijn gunstig voor het bevorderen van veiligheid.

Ten aanzien van het tweede cluster verklarende variabelen - de sociale kwaliteit - concluderen de onderzoekers dat dit een veel belangrijker invloed heeft op sociale veiligheid, en dat de openbare ruimte daarbij een rol van betekenis speelt. De fysieke structuur van die ruimte ligt volgens hen in het “faciliteren van het verzamelen van sociale informatie”: het oordeel over sociale veiligheid komt tot stand op basis van kennis over het gedrag van anderen in de woonomgeving, en dan met name over de mate waarin normen en waarden worden gedeeld. De ruimtelijke structuur kan het verzamelen van die kennis ondersteunen en bevorderen, of juist bemoeilijken. De ruimtelijke inrichting dient het zogeheten vanzelfsprekende, terloopse contact te bevorderen, aangezien daarmee de sociale veiligheid wordt verbeterd. Daarbij gaat het niet alleen om voorzieningen op loopafstand, inrichtingskenmerken van de openbare ruimte en looproutes in de omgeving, maar ook om bouwkenmerken als plaatsing van deuren en ramen. ‘Familiar strangers’ hebben een positieve invloed op de veiligheidsbeleving en ontwerp- en inrichtingskenmerken zijn van invloed op het ontstaan van de noodzakelijke vluchtige interacties. En bij het bevorderen van die familiariteit spelen ontwerpkenmerken een rol.

Met betrekking tot het derde cluster – gezondheid – stellen de onderzoekers vast dat de literatuur aantoont dat er een relatie bestaat tussen een (slechtere) ervaren gezondheid en de beleving van (meer) sociale onveiligheid. Deze relatie draagt bovendien een meervoudig karakter: een slechte gezondheid versterkt enerzijds het gevoel van kwetsbaarheid, terwijl het anderzijds de mobiliteit van mensen vermindert (met als gevolg een versterking van de kwetsbaarheid/onveiligheidsgevoelens). De kwaliteit van de gebouwde omgeving is direct van invloed op de gezondheid, daarbij gaat het bijvoorbeeld om de bouwkundige kwaliteit en de bezettingsgraad van woningen, maar ook om de kwaliteit van de (groene) buitenruimte.